News

Onlangs verscheen een decreet dat de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges wijzigt. Eén van die colleges is de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De Vlaamse Regering tracht met dit decreet de gangbare procedures te optimaliseren om tot een meer eenvoudige en snelle bestuursrechtspraak te komen. Daarnaast wordt procederen zonder rechtstreeks belang of benadeling of zonder geldig argument ontmoedigd. 

We sommen hieronder de belangrijkste aanpassingen even op:

1. De betaling van de rolrechten wanneer een beroep wordt ingediend

Nu wordt een beroep pas behandeld na ontvangst van de betaling van de rolrechten. Dit neemt gemiddeld 14 dagen nadat een beroep wordt ingediend omdat de griffie pas dan een schrijven stuurt met de vraag tot betaling van de rolrechten.

Het nieuwe decreet voorziet dat de rolrechten betaald worden bij indienen van een beroep. 

2. De vergunninghouder en andere tussenkomende partijen

2.1 De vergunninghouder wordt automatisch een procespartij

Tot nu toe moeten de vergunninghouders steeds officieel vragen om tussen te komen in een procedure waarin hun vergunning wordt aangevochten.

Het decreet maakt dit eenvoudiger, doordat de vergunninghouder automatisch een partij wordt in de procedure en dus ook steeds zijn verweer kan voeren. 

2.2 Andere tussenkomende partijen kunnen rechtstreeks tussenkomen

Ook andere tussenkomende partijen kunnen van een vereenvoudiging genieten, omdat zij voortaan rechtstreeks kunnen tussenkomen, zonder dit eerst formeel te moeten vragen. 

De tussenkomende partijen zullen ook niet gehouden zijn tot het betalen van een rolrecht, waardoor een extra drempel wordt weggenomen. 

3. Het belang van de persoon die in beroep gaat wordt strikter geïnterpreteerd

Vanaf deze wijziging zal een middel slechts kunnen leiden tot de vernietiging van een vergunning indien: 

  • De ingeroepen schending strekt tot de bescherming van de belangen van de beroeper. De beroeper zal dus niet zomaar eender welk argument naar voor kunnen schuiven;
  • De onwettigheid werd opgeworpen tijdens het openbaar onderzoek of administratief beroep.
    Er wordt dus gevraagd dat partijen zich veel vroeger in het vergunningverlenend proces manifesteren en hun echte argumenten kenbaar maken. Een tussenkomst van een specialist is dus veel vroeger vereist; 
  • De partij wordt benadeeld door de ingeroepen schending. 

4. De mogelijkheid tot bemiddeling wordt vereenvoudigd 

Met het nieuwe decreet zal niet langer een tussenarrest nodig zijn vooraleer een bemiddelingsprocedure kan worden opgestart. 

5. Een rechtsplegingsvergoeding wanneer een schorsing wordt afgewezen

Nu is géén rechtsplegingsvergoeding verschuldigd wanneer een schorsingsverzoek wordt afgewezen. Dit zal in de toekomst wel het geval zijn. 

De Vlaamse regering wenst hiermee het opstarten van een schorsingsprocedure verder te ontmoedigen.

6. De substitutiebevoegdheid van de Raad wordt uitgebreid

De Raad voor Vergunningsbetwistingen kan zich voortaan ook in de plaats stellen van de overheid wanneer de vergunningverlenende overheid reeds een aantal keer de kans heeft gekregen de beslissing goed gemotiveerd te onderbouwen, maar daar niet in slaagt.

Tot deze wijziging was dit maar mogelijk voor zover het ging over de gebonden bevoegdheid van de overheid. Dit is dus wel een zeer belangrijke aanpassing. 

7. Inwerkingtreding  

Het is nog even wachten op een uitvoeringsbesluit alvorens deze wijzigingen in voege treden. Wij houden u alvast op de hoogte. 

 

Meer weten over dit onderwerp?

Contacteer onze experten of bel +32 (0)2 747 40 07
Koen De Puydt

Koen De Puydt

Partner
Aline Heyrman

Aline Heyrman

Senior Counsel